9 uur binnen, of niet?

Werken: hoe flexibeler, hoe beter.

Iedereen wil flexibel werken. Maar kan dat wel?

Fabeltje

Lang geleden, toe ik nog bij een reclamebureau werkte, was er eens een directeur die boos was. Boos op al die creatieven die rond de klok van half 10 (het kan ook later zijn geweest) het bureau binnen druppelden. “Dat moet anders” dacht de directeur en hij verplichtte iedereen in het vervolg om 9 uur binnen te zijn. Zoals het in het arbeidscontract stond!

De volgende ochtend zat hij in de receptie en hield bij hoe laat iedereen binnenkwam. En ja hoor, niemand was te laat! Maar alle mensen die op tijd binnen waren, gingen ook op tijd weg. Daardoor kwam het werk niet meer af, en werden de deadlines gemist. Werk dat normaal gesproken af werd gemaakt, ook al was het na zessen. Nee, dat werken met de prikklok bleek toch niet zo’n goed idee; die maatregel kon naar het Museum der Mislukkingen. Zo was er ruimte weer voor initiatief en verantwoordelijkheid. Want: het gaat er niet om dat ze er zijn, het gaat erom wat ze doen.

Flexibel

Het zal niemand meer verrassen dat steeds meer mensen flexibel willen werken. Dat kan vanuit huis zijn, dan kan in en buiten kantooruren zijn. Of een combinatie van beiden. Zelf ervoer ik het bij de start van Flexfirm. Thuis waren we in afwachting van wat onze zoon bleek te zijn, en vanuit de garage bij ons huis ging ik ondernemen. In die tijd wisselden werk en zorgen voor mijn vrouw zich af, op de meest onvoorspelbare momenten. Flexibel werken bleek een zegen. Noch mijn vrouw, noch mijn Flexfirm hebben er onder geleden, sterker nog: het was voor beiden een uitkomst.

Iedereen!

Eigenlijk weet iedereen, dat eigenlijk iedereen flexibel wil werken. En anno 2018 is het natuurlijk onzinnig te veronderstellen dat dat het doenlijk is om iedere ochtend om 9 uur op kantoor te zijn. Daarvoor is het vervoer, hetzij openbaar, hetzij privé, te onberekenbaar. Allemaal op dezelfde tijd starten is nuttig voor een fabriek waarbij de arbeiders tijdsvolgordelijk werken. Maar daar heb ik het hier niet over. Ik heb het over het flexibiliseren van je werktijden, je werkplaats en je werkduur. Dat leidt tot een betere balans tussen werk en privé, op voorwaarde dat geen van de twee daaronder heeft te lijden.

Voordelen

Met flexibel werken is voordeel te behalen voor werknemers én werkgevers. Immers, een flexibele organisatie heeft minder werkplekken nodig. Iedere werkplek minder levert per jaar zo’n €9.000,- op. Met minder overhead wordt er een hogere output gerealiseerd. Thuis kunnen werknemers zich  vaak beter concentreren, en kan er dus effectiever gewerkt worden. Wordt flexibel werken geboden, ervaren vier van de vijf werknemers een betere werk-privébalans. En een gelukkig mens werkt nu eenmaal beter dan.. precies, die zag je al aankomen. Het geboden flexibel werken wordt ook als pluspunt ervaren bij de keuze voor een werkgever.

Nadelen

Zoals zoveel moet ook het flexibel werken gedoseerd worden. Al te vaak niet op kantoor zijn, vervreemdt de thuiswerker van zijn of haar collegae. Een aantal dagen per week op de zaak zijn, kunnen overleggen met de collegae en gewoon voeling houden met wat er allemaal op de werkvloer gebeurt is heel gezond.  Thuiswerken vereist ook een plek waar dat kan: te midden van kinderen of een verbouwing gaat het niet lukken. En als laatste ligt er een nadeel op de loer wanneer werk en privé in elkaar overlopen en werk dan toch de overhand krijgt. 24/7 bereikbaar zijn schijnt niet goed te zijn.

Niet negeren

Van de mannen in Nederland geeft zo’n 80% aan flexibel te willen werken, bij de vrouwen ligt dat zelfs rond de 90%. Dat zijn niet alleen ouders van kinderen, dit geldt voor iedereen die een betere balans zoekt in werken en privé. Wanneer deze vorm van werken wordt aangeboden, oefent dat aantrekkingskracht uit op nieuw talent. Tenslotte: flexibel werken is een goed instrument wanneer we de diversiteit van de werkvloer hoog in het vaandel hebben. Het zal zeker bijdragen aan de verhoging van het aantal vrouwen op de werkvloer. Met alle voordelen van dien.